Praat eens wat vaker, hardop, met jezelf.

Onze oude wc wordt gestuukt. De ingehuurde stukadoor is een echte vakman en praat voortdurend tegen zichzelf. “ Oh, ok Johan, nu even opletten dat je, dat randje niet te nat maakt want anders kom je bij die lijst in de problemen. Ja, mooi blijven strijken, zo gaat het goed. ” Hij weet dat ik na hem sta te kijken en hij geneert zich niet.

Wanneer ik hardop tegen mezelf praat, fietsend op een stil weggetje, kijk ik schichtig om me heen, schaam me voor deze manier van zelfreflectie.

‘Zelf gericht praten’, de officiële term voor dit gedrag, is vrij normaal lees ik in een artikel van Jolet Plomp in de Psychologiemagazine. Zij zegt dat hardop praten met jezelf heel normaal is en effectief. Het helpt je te focussen en het stimuleert om vol te houden. Ingewikkelde gedachten en gevoelens worden er helderder door.

Hoogleraar Ethan Kross van de Universiteit van Michigan heeft in 2014 onderzoek gedaan naar de manier waarop je het beste met jezelf kan praten. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat je dit het beste kan doen, wanneer je jezelf in de tweede of derde persoon aanspreekt. Dus niet zeggen ‘ik kan dit, maar ‘jij kunt dit.’ Dit effect is te verklaren door ‘self-distancing’ waarbij je als derde persoon naar jezelf kijkt. Je wisselt van perspectief, de helikopter view. De mindfullnes gedachten.

Ik ontmoet veel managers die moeite hebben met gesprekken die ze met medewerkers moeten voeren, bijvoorbeeld als deze niet helemaal goed functioneert. Ook tref ik regelmatig medewerkers die opzien tegen een gesprek met een ontevreden klant of een klant die onredelijke eisen stelt. In dit soort situaties is het heel verstandig om dit even voor te bereiden door hardop tegen jezelf te praten in de derde persoon. Op deze manier wissel je van perspectief, je krijgt inzicht in de gedachten en beweegredenen van jezelf én de ander. Het is alleen jammer dat dit praktisch niet altijd haalbaar is. Hardop tegen jezelf praten blijft toch iets raars, behalve wanneer je oortjes in hebt van je telefoon.

Tijdens mijn trainingen ‘gesprekstechnieken’ laat ik deelnemers vooral hun gedachten hardop vertellen, en ze van perspectief wisselen. Soms speel ik het gedrag van de deelnemer en mogen zij hun gesprekspartner imiteren. Dit geeft veel inzicht. Daarna zoeken we naar woorden en gedachten die meer passend zijn. “hoe zou je dit ook kunnen zeggen?” De toeschouwers vraag ik: “ hoe klinkt dit?” of “hoe zou jij dit uitleggen?” Door ideeën in je hoofd hardop te zeggen, in de context van het gesprek, hoor je meestal zelf gelijk wat werkt en wat niet. Daarna leg ik uit waarom het werkt, aan de hand van een passende theorie. Zodat deze ervaring wordt geborgd, en kan worden gereproduceerd.

Ongegeneerd, hardop, tegen jezelf praten kan natuurlijk wel altijd op de wc. Bij vragende blikken in de toiletruimte zwaai je even met je telefoon. “Moest ik écht even nemen”.

Improvisatie als kompas

 

Vanwege een conferentie over toegepast improvisatietheater in Parijs had ik een kamer gehuurd in de wijk Montparnasse. Een omgeving met veel kleine straatjes en levendigheid. Het conferentiecentrum was 1,5 km lopen. Tijdens de wandeling hield ik mijn ogen strak op Google Maps. Ik was bang om te verdwalen in deze warboel van onbekendheid.
Tegelijkertijd probeerde ik op een nonchalante manier over te komen, in de hoop dat de Parijzenaars me zouden zien als een vlotte man die af en toe naar zijn mobiele telefoon keek. Ik was bang om mezelf te profileren als een angstige toerist; je bent zo snel het slachtoffer van zakkenrollers!
Een beetje zweterig arriveerde ik in het conferentiecentrum en besefte dat ik niet veel van het gebied had gezien. Eigenlijk was de route die Google maps me voorstelde ook niet echt interessant. Het was gewoon de snelste route van A naar B en ik heb het gevolgd.

Tijdens de conferentie heb ik genoten van de inspirerende groep internationale vrienden en collega’s. We zetten improvisatie op de kaart als de vaardigheid voor de 21e eeuw waarin ‘tegelijkertijd denken en handelen’, ‘de ander iets gunnen’, ‘fouten durven maken’ ‘ja…. en zeggen’, lol maken, ‘het gevaar opzoeken’ belangrijke vaardigheden zijn.
Moe en voldaan liep ik ’s avonds terug naar mijn kamer, ik dacht terug aan alle speciale ontmoetingen.
Zodoende liep ik niet de route van vanochtend. Ik dwaalde een beetje af en zag mooie pleinen en cafés. Google maps heeft me geholpen hoe ik verder kon gaan, zag hoe mooi Parijs, Montparnasse is. Ik kon om me heen kijken en ontspannen. Liep langs een brasserie waar ik de volgende ochtend mijn croissant en koffie nam. Kwam in gesprek met de Parijzenaars die wat Engels spraken en mijn Frans begrepen. Heb tips ontvangen over andere doorkijkjes en bezienswaardigheden van deze prachtige wijk.
Elke dag tijdens deze 4 daagse conferentie liep ik een andere route. Natuurlijk raakte ik soms verdwaald en gebruikte mijn mobiele telefoon om te navigeren. Dit maakte mijn wandeltochten leuker en uitdagend. Grappen maken bij de bakker en meezingen met de achtergrondmuziek in een supermarkt. Amerikaanse toeristen vroegen me de weg.

In de Thalys terug naar Amsterdam realiseerde ik me dat improvisatie-vaardigheden voor mij werken als Google maps. Weet dat ik ze altijd bij me heb en gebruik wanneer nodig. Dat het me helpt om de buitenwereld op een ontspannen manier te ontmoeten. Dit geeft me nieuwe inzichten en leuke contacten, het verrijkt mij.
Je moet alleen zorgen dat je batterij niet leeg raakt, deze AIN conferentie gaf me veel power voor de komende tijd.

 

 

Wat wil je niet ?

Tijdens de kennismaking en het bespreken van de verwachtingen met een nieuwe groep stel ik als trainer altijd de vraag; “Wat moet ik doen om je te laten afhaken? Wat wil je absoluut niet.

Deze omgekeerde vraagstelling is een regelrechte uitnodiging voor deelnemers om hun trainingsellende op tafel te gooien.

Van goedbedoelde interventies waarbij iedereen naar de dierentuin werd vervoerd voor een speurtocht, een kick-off met ballonnen clown, geïrriteerde trainers, en trainingsacteurs die geen idee hadden wat ze kwamen doen, tot de angst voor het rollenspel.

Door deze vraag te stellen spreek ik het emotionele geheugen aan van de groep, die erg sterk blijkt te zijn. Bij doorvraag blijken de meest aansprekende voorbeelden van meer dan 5 jaar geleden!
Slechte, emotionele, ervaringen blijven ons nou eenmaal lang bij.

Ik word door deze nieuwe groep gezien als de volgende trainer in het rijtje. Waarom zou ik geen gênante vertrouwensoefening gaan doen of mijn eigen issues leidend laten zijn tijdens deze bijeenkomst?

Weerstand is onhandig geformuleerde betrokkenheid. Men wil graag, maar aarzelt, heeft last van slechte ervaringen.
Door de groep te laten benoemen wat ze absoluut niet willen en te lachen om de goed bedoelde missers, wordt de veiligheid vergroot. Ik kan mezelf laten zien.
Beloof dat we geen rollenspellen gaan doen, maar wel veel oefeningen, zonder ballonnen.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Mindful Mitella

 

Door een valpartij op de ijsbaan is mijn schouderkop gebroken.

Mijn rechterarm hangt nu in een mitella. Eerst was het vooral pijnlijk en door morfine dragelijk. Nu is het vooral irritant dat ik mijn rechterarm niet kan gebruiken.

Mijn boterham smeren, veters knopen, mijn jas dicht doen, het lukt niet. Een mailtje tikken, achter een bureau zitten, zelfs bellen moet met links.Na de frustratie en boosheid over dit alles ben ik bij mezelf te raadde gegaan. Dit werkt niet. Accepteren, ik moet terugschakelen. Eerst denken en dan doen. Niet denken en doen tegelijk, dat kan mijn rechterarm niet aan. Doe ik dat niet, dan word ik teruggefloten door een pijnscheut. Zo leer ik snel.

Via mijn arm in de mitella kom ik erachter dat ik best goed kan plannen en accepteer dat ik niet overal invloed op uit kan oefenen. Ik leer hulp vragen en ontvangen. Mijn ‘blauwe kant’ ontwikkeld zich. Kom er ook achter dat ik veel dingen net iets te snel doe om het werkelijk te ervaren.

Deze mitella zorgt een mindful mindset.

Een van mijn eerste Mitella reizen voor mijn werk vergt planning. Ik teken een mindmap met links, en ontdek hoe en wanneer met ik mijn rolkoffer en werktas moet manoeuvreren op het vliegveld. Oefen thuis hoe ik met één hand mijn riem loskrijg voor bij de douane. Op Schiphol kijkt de security me begripvol aan, ik mag deze keer zelfs mijn schoenen aanhouden.

Tijdens de training ben ik meer afhankelijk van de cursisten, moet ze vragen om modellen op een flipover te schrijven. Voel me kwetsbaar, stel me meer open.Hierdoor merk ik dat deze training de cursisten meer raakt dan ik gewend ben, krijg unaniem een hoge waardering van de cursisten en de organisatie.

Volgens mij stimuleer ik tijdens deze ‘mitella weken’ een beter samenwerking tussen mijn hersenhelften omdat mijn rechterarm het niet doet.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Rouw

tree-1667_960_720

Het stormt buiten. Ik lig op mijn rug te kijken naar de zwiepende bomen. Mijn rechterarm heeft zijn eigen kussentje, want mijn schouder is gebroken. Op de kunstijsbaan had ik een scheur in de bocht niet gezien. Het stormt ook in mijn hoofd: gedachten en ideeën. 2018 wordt het jaar van meer actie en aangaan. Ik ben uit de rouw.

In 2017 is in een ernstig ongeluk mijn tante overleden en mijn oom belandde erdoor in een revalidatiecentrum. Mijn dierbaarste vriendin stierf na een lang ziekbed. Een collega van mijn leeftijd bezweek aan zijn hartkwaal. Een jonge vrouw, die ik al sinds haar jeugd ken, werd gedwongen opgenomen in een instelling. Mijn oudste zoon ging de deur uit. Hij woont nu op zichzelf.

De gebroken schouder dwingt me tot reflectie, stilstand. Liever was ik doorgegaan. Ik had geen zin om te voelen, voelen was akelig. Gewoon doorgaan en de dingen doen die je moet doen, zoals mijn moeder altijd deed, dat wilde ik.

Maar nu ik gedwongen ben stil te staan, afspraken moet verplaatsen en de tijd nemen om te herstellen, wordt mij alles helder. Scharrelend in mijn boekenkast kom ik het boekje tegen: ‘De kunst van het nietsdoen’.

“Want soms bereik je meer met nietsdoen dan met handelen. Dit doen door niet te doen is de basis van het taoïstische principe van Wu Wei” Aldus Theo Fischer.

Dan hoop ik dat deze storm ook de schaduwrijke boom in de tuin van de buurman omblaast zodat we vroeg in het voorjaar in de zon kunnen zitten.

 

 

 

 

 

Jeugdallergie geveld

Schermafbeelding 2017-03-08 om 14.43.59

Mijn vader was een lieve, zachte man. Een creatieve amateurfilmer, die tussendoor werkte als buschauffeur. Zijn motto als filmer: bepaal je kader en laat het onderwerp bewegen, niet de camera. Wij, zijn zoons, waren een dankbaar onderwerp. Wij waren niet te stoppen, wilden altijd wel bewegen. En mijn vader stond erbij met zijn camera. Hij filmde ons op zelfgebouwde vlotten, tijdens schaatstochten op dun ijs, bij levensgevaarlijke brommercrosswedstrijden zonder helm, of windsurfend in een storm.

Zelf was hij een wat bangige man, die door zijn eigen vader niet was begrepen en wiens jonge jaren in het teken hadden gestaan van geweld. Hij was vijftien toen de Tweede Wereldoorlog begon. Op zijn 22ste vertrok hij als dienstplichtig militair naar Indonesië, om daar deel te nemen aan de politionele acties.

Ons liet hij alles doen wat hij zelf had gemist in zijn jeugd. Met onze vader als filmende toeschouwer konden mijn broers en ik ongestoord onze gang gaan. Het gevolg van die grenzeloze opvoeding was wel dat ik moeite had met structuur en autoriteiten. Mensen die mij iets wilden leren, vertrouwde ik niet; ik was gewend alles zelf uit te zoeken, met vallen en opstaan. Toch ben ik nieuwsgierig en leergierig, ik wil weten hoe het zit. Alleen, door dit dingetje met autoriteit heb ik nooit structureel leren leren.

Nu heb ik een huisje op een volkstuincomplex met veel bomen. Die moeten worden onderhouden door iemand met een motorzaagdiploma, dat schrijven de tuinregels voor. En zo beland ik bij de cursus ‘Motorzaagvelling voor beginners’. Docent John is strikt: veiligheid voor alles. De eerste twee dagen van de cursus krijgen we dan ook geen boom te zien. Toch weet hij onze aandacht vast te houden, want hij is een enthousiast en begenadigd verteller. Het lukt hem alle facetten van het motorzagen in kleine stukjes op te delen, waarbij hij het volgende stukje pas aanbiedt wanneer wij er klaar voor zijn.

Het volgend weekend zien we bomen staan met een kruis er op. ‘Deze mogen allemaal om, je weet nu hoe het moet’, zegt John. We worden opgedeeld in duo’s en krijgen de opdracht mee om alles wat we willen doen aan onze zaagpartner uit te leggen, stap voor stap, voordat we het daadwerkelijk doen.

Ik ga op pad met Daniël, een bioloog. Daniël is wat introvert en komt langzaam in actie, maar is erg gestructureerd . Ik leg altijd alles uit, wil meteen aan de slag en sla in mijnenthousiasme stappen over. Een goed duo dus. Wij opereren net zo strikt als onze leermeester John. Als de ander het niet eens is met een uitleg, volgt er geen actie. Dan overleggen we kort en nemen een gezamenlijke beslissing. Zo halen we op een veilige manier en precies volgens plan onze bomen om. Daniël legt zelfs twee in elkaar verstrengelde bomen keurig neer.

In een poging dit sterke staaltje te overtreffen, ga ik koortsachtig op zoek naar een nog grotere uitdaging en na lang zoeken vind ik een enorme boom. Ik leg aan Daniël uit hoe ik dit wil aanpakken en hij knikt. Maar als ik de motorzaag aantrek, merk ik hoe moe ik ben; kapot, van de hele dag zagen. Ik kijk omhoog naar de kruin en laat de boom staan.

Motor uit.
Zitten.

John ziet het gebeuren en steekt zijn duim op. ‘Als ik begin aan een perceel,’ vertelt hij, zet ik een extra dik kruis op één van de bomen. Dan zeg ik tegen mezelf: dit wordt de laatste boom die ik vandaag ga vellen. En op het einde van de dag, als ik aan die boom toe ben, laat ik hem staan.’

In de trein terug realiseer ik me dat John een enorme autoriteit is. En dat ik me door hem, stapje voor stapje, heb laten onderwijzen.