Improvisatie als kompas

 

Vanwege een conferentie over toegepast improvisatietheater in Parijs had ik een kamer gehuurd in de wijk Montparnasse. Een omgeving met veel kleine straatjes en levendigheid. Het conferentiecentrum was 1,5 km lopen. Tijdens de wandeling hield ik mijn ogen strak op Google Maps. Ik was bang om te verdwalen in deze warboel van onbekendheid.
Tegelijkertijd probeerde ik op een nonchalante manier over te komen, in de hoop dat de Parijzenaars me zouden zien als een vlotte man die af en toe naar zijn mobiele telefoon keek. Ik was bang om mezelf te profileren als een angstige toerist; je bent zo snel het slachtoffer van zakkenrollers!
Een beetje zweterig arriveerde ik in het conferentiecentrum en besefte dat ik niet veel van het gebied had gezien. Eigenlijk was de route die Google maps me voorstelde ook niet echt interessant. Het was gewoon de snelste route van A naar B en ik heb het gevolgd.

Tijdens de conferentie heb ik genoten van de inspirerende groep internationale vrienden en collega’s. We zetten improvisatie op de kaart als de vaardigheid voor de 21e eeuw waarin ‘tegelijkertijd denken en handelen’, ‘de ander iets gunnen’, ‘fouten durven maken’ ‘ja…. en zeggen’, lol maken, ‘het gevaar opzoeken’ belangrijke vaardigheden zijn.
Moe en voldaan liep ik ’s avonds terug naar mijn kamer, ik dacht terug aan alle speciale ontmoetingen.
Zodoende liep ik niet de route van vanochtend. Ik dwaalde een beetje af en zag mooie pleinen en cafés. Google maps heeft me geholpen hoe ik verder kon gaan, zag hoe mooi Parijs, Montparnasse is. Ik kon om me heen kijken en ontspannen. Liep langs een brasserie waar ik de volgende ochtend mijn croissant en koffie nam. Kwam in gesprek met de Parijzenaars die wat Engels spraken en mijn Frans begrepen. Heb tips ontvangen over andere doorkijkjes en bezienswaardigheden van deze prachtige wijk.
Elke dag tijdens deze 4 daagse conferentie liep ik een andere route. Natuurlijk raakte ik soms verdwaald en gebruikte mijn mobiele telefoon om te navigeren. Dit maakte mijn wandeltochten leuker en uitdagend. Grappen maken bij de bakker en meezingen met de achtergrondmuziek in een supermarkt. Amerikaanse toeristen vroegen me de weg.

In de Thalys terug naar Amsterdam realiseerde ik me dat improvisatie-vaardigheden voor mij werken als Google maps. Weet dat ik ze altijd bij me heb en gebruik wanneer nodig. Dat het me helpt om de buitenwereld op een ontspannen manier te ontmoeten. Dit geeft me nieuwe inzichten en leuke contacten, het verrijkt mij.
Je moet alleen zorgen dat je batterij niet leeg raakt, deze AIN conferentie gaf me veel power voor de komende tijd.

 

 

Wat wil je niet ?

Tijdens de kennismaking en het bespreken van de verwachtingen met een nieuwe groep stel ik als trainer altijd de vraag; “Wat moet ik doen om je te laten afhaken? Wat wil je absoluut niet.

Deze omgekeerde vraagstelling is een regelrechte uitnodiging voor deelnemers om hun trainingsellende op tafel te gooien.

Van goedbedoelde interventies waarbij iedereen naar de dierentuin werd vervoerd voor een speurtocht, een kick-off met ballonnen clown, geïrriteerde trainers, en trainingsacteurs die geen idee hadden wat ze kwamen doen, tot de angst voor het rollenspel.

Door deze vraag te stellen spreek ik het emotionele geheugen aan van de groep, die erg sterk blijkt te zijn. Bij doorvraag blijken de meest aansprekende voorbeelden van meer dan 5 jaar geleden!
Slechte, emotionele, ervaringen blijven ons nou eenmaal lang bij.

Ik word door deze nieuwe groep gezien als de volgende trainer in het rijtje. Waarom zou ik geen gênante vertrouwensoefening gaan doen of mijn eigen issues leidend laten zijn tijdens deze bijeenkomst?

Weerstand is onhandig geformuleerde betrokkenheid. Men wil graag, maar aarzelt, heeft last van slechte ervaringen.
Door de groep te laten benoemen wat ze absoluut niet willen en te lachen om de goed bedoelde missers, wordt de veiligheid vergroot. Ik kan mezelf laten zien.
Beloof dat we geen rollenspellen gaan doen, maar wel veel oefeningen, zonder ballonnen.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Mindful Mitella

 

Door een valpartij op de ijsbaan is mijn schouderkop gebroken.

Mijn rechterarm hangt nu in een mitella. Eerst was het vooral pijnlijk en door morfine dragelijk. Nu is het vooral irritant dat ik mijn rechterarm niet kan gebruiken.

Mijn boterham smeren, veters knopen, mijn jas dicht doen, het lukt niet. Een mailtje tikken, achter een bureau zitten, zelfs bellen moet met links.Na de frustratie en boosheid over dit alles ben ik bij mezelf te raadde gegaan. Dit werkt niet. Accepteren, ik moet terugschakelen. Eerst denken en dan doen. Niet denken en doen tegelijk, dat kan mijn rechterarm niet aan. Doe ik dat niet, dan word ik teruggefloten door een pijnscheut. Zo leer ik snel.

Via mijn arm in de mitella kom ik erachter dat ik best goed kan plannen en accepteer dat ik niet overal invloed op uit kan oefenen. Ik leer hulp vragen en ontvangen. Mijn ‘blauwe kant’ ontwikkeld zich. Kom er ook achter dat ik veel dingen net iets te snel doe om het werkelijk te ervaren.

Deze mitella zorgt een mindful mindset.

Een van mijn eerste Mitella reizen voor mijn werk vergt planning. Ik teken een mindmap met links, en ontdek hoe en wanneer met ik mijn rolkoffer en werktas moet manoeuvreren op het vliegveld. Oefen thuis hoe ik met één hand mijn riem loskrijg voor bij de douane. Op Schiphol kijkt de security me begripvol aan, ik mag deze keer zelfs mijn schoenen aanhouden.

Tijdens de training ben ik meer afhankelijk van de cursisten, moet ze vragen om modellen op een flipover te schrijven. Voel me kwetsbaar, stel me meer open.Hierdoor merk ik dat deze training de cursisten meer raakt dan ik gewend ben, krijg unaniem een hoge waardering van de cursisten en de organisatie.

Volgens mij stimuleer ik tijdens deze ‘mitella weken’ een beter samenwerking tussen mijn hersenhelften omdat mijn rechterarm het niet doet.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Rouw

tree-1667_960_720

Het stormt buiten. Ik lig op mijn rug te kijken naar de zwiepende bomen. Mijn rechterarm heeft zijn eigen kussentje, want mijn schouder is gebroken. Op de kunstijsbaan had ik een scheur in de bocht niet gezien. Het stormt ook in mijn hoofd: gedachten en ideeën. 2018 wordt het jaar van meer actie en aangaan. Ik ben uit de rouw.

In 2017 is in een ernstig ongeluk mijn tante overleden en mijn oom belandde erdoor in een revalidatiecentrum. Mijn dierbaarste vriendin stierf na een lang ziekbed. Een collega van mijn leeftijd bezweek aan zijn hartkwaal. Een jonge vrouw, die ik al sinds haar jeugd ken, werd gedwongen opgenomen in een instelling. Mijn oudste zoon ging de deur uit. Hij woont nu op zichzelf.

De gebroken schouder dwingt me tot reflectie, stilstand. Liever was ik doorgegaan. Ik had geen zin om te voelen, voelen was akelig. Gewoon doorgaan en de dingen doen die je moet doen, zoals mijn moeder altijd deed, dat wilde ik.

Maar nu ik gedwongen ben stil te staan, afspraken moet verplaatsen en de tijd nemen om te herstellen, wordt mij alles helder. Scharrelend in mijn boekenkast kom ik het boekje tegen: ‘De kunst van het nietsdoen’.

“Want soms bereik je meer met nietsdoen dan met handelen. Dit doen door niet te doen is de basis van het taoïstische principe van Wu Wei” Aldus Theo Fischer.

Dan hoop ik dat deze storm ook de schaduwrijke boom in de tuin van de buurman omblaast zodat we vroeg in het voorjaar in de zon kunnen zitten.

 

 

 

 

 

Jeugdallergie geveld

Schermafbeelding 2017-03-08 om 14.43.59

Mijn vader was een lieve, zachte man. Een creatieve amateurfilmer, die tussendoor werkte als buschauffeur. Zijn motto als filmer: bepaal je kader en laat het onderwerp bewegen, niet de camera. Wij, zijn zoons, waren een dankbaar onderwerp. Wij waren niet te stoppen, wilden altijd wel bewegen. En mijn vader stond erbij met zijn camera. Hij filmde ons op zelfgebouwde vlotten, tijdens schaatstochten op dun ijs, bij levensgevaarlijke brommercrosswedstrijden zonder helm, of windsurfend in een storm.

Zelf was hij een wat bangige man, die door zijn eigen vader niet was begrepen en wiens jonge jaren in het teken hadden gestaan van geweld. Hij was vijftien toen de Tweede Wereldoorlog begon. Op zijn 22ste vertrok hij als dienstplichtig militair naar Indonesië, om daar deel te nemen aan de politionele acties.

Ons liet hij alles doen wat hij zelf had gemist in zijn jeugd. Met onze vader als filmende toeschouwer konden mijn broers en ik ongestoord onze gang gaan. Het gevolg van die grenzeloze opvoeding was wel dat ik moeite had met structuur en autoriteiten. Mensen die mij iets wilden leren, vertrouwde ik niet; ik was gewend alles zelf uit te zoeken, met vallen en opstaan. Toch ben ik nieuwsgierig en leergierig, ik wil weten hoe het zit. Alleen, door dit dingetje met autoriteit heb ik nooit structureel leren leren.

Nu heb ik een huisje op een volkstuincomplex met veel bomen. Die moeten worden onderhouden door iemand met een motorzaagdiploma, dat schrijven de tuinregels voor. En zo beland ik bij de cursus ‘Motorzaagvelling voor beginners’. Docent John is strikt: veiligheid voor alles. De eerste twee dagen van de cursus krijgen we dan ook geen boom te zien. Toch weet hij onze aandacht vast te houden, want hij is een enthousiast en begenadigd verteller. Het lukt hem alle facetten van het motorzagen in kleine stukjes op te delen, waarbij hij het volgende stukje pas aanbiedt wanneer wij er klaar voor zijn.

Het volgend weekend zien we bomen staan met een kruis er op. ‘Deze mogen allemaal om, je weet nu hoe het moet’, zegt John. We worden opgedeeld in duo’s en krijgen de opdracht mee om alles wat we willen doen aan onze zaagpartner uit te leggen, stap voor stap, voordat we het daadwerkelijk doen.

Ik ga op pad met Daniël, een bioloog. Daniël is wat introvert en komt langzaam in actie, maar is erg gestructureerd . Ik leg altijd alles uit, wil meteen aan de slag en sla in mijnenthousiasme stappen over. Een goed duo dus. Wij opereren net zo strikt als onze leermeester John. Als de ander het niet eens is met een uitleg, volgt er geen actie. Dan overleggen we kort en nemen een gezamenlijke beslissing. Zo halen we op een veilige manier en precies volgens plan onze bomen om. Daniël legt zelfs twee in elkaar verstrengelde bomen keurig neer.

In een poging dit sterke staaltje te overtreffen, ga ik koortsachtig op zoek naar een nog grotere uitdaging en na lang zoeken vind ik een enorme boom. Ik leg aan Daniël uit hoe ik dit wil aanpakken en hij knikt. Maar als ik de motorzaag aantrek, merk ik hoe moe ik ben; kapot, van de hele dag zagen. Ik kijk omhoog naar de kruin en laat de boom staan.

Motor uit.
Zitten.

John ziet het gebeuren en steekt zijn duim op. ‘Als ik begin aan een perceel,’ vertelt hij, zet ik een extra dik kruis op één van de bomen. Dan zeg ik tegen mezelf: dit wordt de laatste boom die ik vandaag ga vellen. En op het einde van de dag, als ik aan die boom toe ben, laat ik hem staan.’

In de trein terug realiseer ik me dat John een enorme autoriteit is. En dat ik me door hem, stapje voor stapje, heb laten onderwijzen.

 

 

 

 

Schaatsen met demente bejaarden.

schermafbeelding-2016-10-31-om-16-19-28

Ik werd gevraagd om een paar dagen als activiteitenbegeleider te gaan werken bij demente bejaarden. Mijn taak zou worden om vooral de rust te bewaren bij de groep bewoners, zodat het vaste personeel zich kon bezighouden met een reorganisatie. Deze was nodig omdat de instelling onder verscherp toezicht was gesteld wegens ondermaatse zorg.

Aan het gebouw zelf is niets mis. Een prachtig huis in het Gooi met fijne ruime kamers en zitjes voor iedereen, stoelen waarbij je lekker met de beentjes omhoog kan.

 Bij binnenkomst wordt ik niet gelijk begroet, het is spitsuur. Het personeel is te druk met het ontbijt te verzorgen. Merk dat de bewoners dood nerveus worden van rennende verzorgers die overal beetjes aandacht moeten rondstrooien.Als activiteit ga ik na het ontbijt koffie drinken met de krant er bij. Gewoon een pot koffie op tafel, samen de de krant lezen en kijken wat er gebeurd.

 Aan de grote eikenhouten tafel kijken een zestal dames en heren mij verwachtingsvol aan.De krant zelf lezen heeft niet hun interesse en voorlezen blijkt te saai. Men is snel afgeleid. Doet me denken aan de groepsdynamiek van peuters. Daarom pakt ik de Telegraaf vanwege de grote foto’ s en begin de artikelen te vertellen als een spannend verhaal. Het was tijdens de olympische spelen, dus het verhaal over de dronken Youri van Gelder was erg fijn of Epke Zonderland die uit de ringen viel.

 Intuïtief zoek ik de interactie, nodig de dames en heren uit tot reageren omdat ze anders terug vallen in knikkebollen.In mijn enthousiasme beeld ik uit hoe Epke waarschijnlijk was terecht gekomen op de mat. Vervolgens ga ik andere sporten uitbeelden en men gaat raden. Er ontstaat een spel.We raken in gesprek over sporten. Een dame blijkt in haar jeugd op voetballen te hebben gezeten. ‘Ja,’ zegt ze, ‘Logisch, mijn vader was voorzitter van de voetbalclub én de schaats vereniging. Ach, vooral dat schaatsen was altijd zo fijn.’

Ik sta op en begin lange schaats passen uit te beelden, daarna schaatsen we met 3 demente bejaarden over het marmoleum. Over keihard zwart ijs, de leren veters van de doorlopers, de vertrouwde rug van vader. De krentenbol in je rugzakje en de warme chocomelk op de strobaal bij de koek en zopie. Het stro dat aan je billen prikt. Al doende worden herinneringen weer levend, tastbaar.

Tussen alle dutjes, verwarring over rollators en medicatie rondjes door, lukt het me aardig om de bewoners een fijne, zinvolle, dag te bezorgen. De rust te bewaren. Alleen na 15 u gebeurd er iets geks. De dames en heren worden allemaal erg onrustig. Men kijkt om zich heen vraagt hoe laat het is. De bewoners gaan zoek naar hun jas en tas. Men heeft namelijk tot die tijd een passende verklaring gevonden waarom men hier te samen was in dit grote huis. Voor de één is het een hotel of restaurant, voor de ander was het logisch dat dit een feestje moest zijn. Maar zo, na de middag, wil iedereen weer naar huis. Naar hun ouders.

 Ik begin om klip en klaar uit te leggen wat de stand van zaken is. U woont hier, uw ouders leven niet meer, ze zouden dan 140 jaar oud zijn dat kan toch niet? Men neemt even genoegen met zo’n logisch antwoord, daarna begint het opnieuw. ‘Hoe laat wordt ik opgehaald’ ? Wanneer komt mijn zoon? ‘

Dan besef ik mij dat ik beter op de emotie kan inhaken, net als bij het schaatsen. Ik begin te vragen wat thuis voor hen betekent, welke herinneringen er zijn. Hoe het huis en de tuin er uitzien en met wie ze er wonen. Ik zoek samen met de bewoners naar gelukzalige momenten van vroeger. Er ontstaat een milde blik en een glimlach, het is goed zo.We drinken een kopje thee.

 In de trein terug besef ik dat alle indrukken die je ooit hebt opgedaan ergens zijn opgeslagen en je gedrag bepalen. Om echt met elkaar in gesprek te komen is het belangrijk om contact te maken met je emotie die bij de indrukken passen. Als dat niet lukt, omdat iemand dement is,samen de tijd en de rust nemen om terug te gaan naar beelden waar de emotie vandaan komt. Zo beleef je samen even een gelukzalig moment van herkenning, rust en overzicht.

 Ik hoop dat ze dit ook beseffen tijdens de reorganisatie van dit prachtige verzorgingstehuis.